Overslaan en naar de inhoud gaan
Skip and go to main content
Gewestelijke Overheidsdienst Brussel

Basiskennis bedrijfsbeheer

Elke kleine of middelgrote handels- of ambachtsonderneming (zowel natuurlijke als rechtspersoon, zowel voor activiteiten in hoofdberoep als in bijberoep) moet verplicht de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen om ingeschreven te kunnen worden in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Dit geldt niet voor vzw’s en andere verenigingen.

Om de inschrijving van een handels- of ambachtsonderneming in de KBO aan te vragen, moet u zich wenden tot een erkend ondernemingsloket. Bij die aanvraag moet het bewijs geleverd worden dat u beschikt over de nodige basiskennis bedrijfsbeheer.

De basiskennis bedrijfsbeheer omvat noties van:

  • ondernemend denken en ondernemerscompetenties
  • elementaire kennis van:
    • recht
    • boekhoudkundige, financiële en fiscale aspecten
    • commercieel beheer
    • wetgeving

Raadpleeg het volledige programma in art. 6 van het koninklijk besluit van 21/10/1998.

Het ondernemingsloket waar de inschrijving in de KBO wordt aangevraagd, gaat na of uw onderneming voldoet aan de voorwaarden.

Uitzonderingen en vrijstellingen

Volgende ondernemingen moeten de basiskennis bedrijfsbeheer niet bewijzen:

  • de onderneming die geen kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de kmo-programmawet van 10/02/1998;
  • de onderneming die geen handels- of ambachtsactiviteiten uitoefent;
  • de onderneming die een dienstverlenend intellectueel beroep uitoefent gereglementeerd door de kaderwet van 1 maart 1976 (bvb. de accountant, de vastgoedmakelaar, de fiscaal expert);
  • de onderneming die een activiteit uitoefent met eigen voorwaarden op het vlak van de basiskennis bedrijfsbeheer (bvb. de vervoerder van personen of goederen);
  • de onderneming van thuisverkoop;
  • de onderneming die als handels- of ambachtsonderneming was ingeschreven in de KBO op 1/1/1999;
  • de overnemer van een bestaande zaak (gedurende één jaar);
  • de overlevende echtgenoot van een overleden ondernemingshoofd;
  • de overlevende wettelijke samenwonende van een overleden ondernemingshoofd;
  • de overlevende partner van een overleden ondernemingshoofd die minstens zes maanden samenwoonde met dat overleden ondernemingshoofd;
  • de kinderen van het overleden ondernemingshoofd gedurende een periode van drie jaar;
  • ingeval van een vennootschap en voor zover hij/zij benoemd is tot verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur:
    • de overlevende echtgenoot van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur;
    • de overlevende wettelijk samenwonende van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur;
    • of de overlevende partner van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur voor zover hij er sinds minstens zes maanden mee samenwoonde.

Wie moet de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

Indien de onderneming een natuurlijke persoon is

Het is bij voorkeur het toekomstige ondernemingshoofd zelf dat de basiskennis bedrijfsbeheer bewijst. Als dat niet mogelijk is, kan een van volgende personen de basiskennis bedrijfsbeheer in zijn/haar plaats bewijzen:

  • de echtgenoot of echtgenote 
  • de wettelijk samenwonende partner 
  • de partner met wie hij/zij sinds minstens zes maand samenwoont 
  • een personeelslid met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur 
  • een zelfstandige helper, die met het zelfstandige ondernemingshoofd verwant is in de eerste, tweede of derde graad en die een verklaring voorlegt van een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen waaruit blijkt hij/zij zelfstandige helper is van het betrokken ondernemingshoofd.

Indien de onderneming een rechtspersoon (vennootschap) is

De persoon die de kennis bedrijfsbeheer moet bewijzen is de natuurlijke persoon die het dagelijks bestuur van de onderneming zal uitoefenen:

  • als orgaan van de rechtspersoon: de zaakvoerder in een besloten vennootschap, een bestuurder of de afgevaardigd bestuurder in een nv, een bestuurder, een bedrijfsleider, een beherend vennoot, …; of
  • als personeelslid met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.

Opmerking

De onderneming voldoet aan de vereiste zolang de persoon die de basiskennis bedrijfsbeheer heeft aangetoond, er actief blijft. Wanneer die persoon de onderneming verlaat, moet de onderneming haar situatie binnen de 6 maanden na dat vertrek regulariseren bij een ondernemingsloket.

Hoe de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

De basiskennis bedrijfsbeheer kan op drie manieren bewezen worden.

1. Diploma of akte

Artikel 7 van het koninklijk besluit van 21/10/1998 bepaalt welke akten in aanmerking komen. Voor akten die u daar niet terugvindt, kunt u de DIPLO-databank consulteren.

In geval van een vraag over uw diploma, gelieve u te richten tot een erkend ondernemingsloket
De ondernemingsloketten zijn immers bevoegd om uit te maken of het diploma of de beroepservaring volstaan als bewijs van de basiskennis bedrijfsbeheer.

2. Voldoende praktijkervaring

Enkel praktijkervaring opgedaan in de laatste vijftien jaar in één van de volgende ondernemingen komt in aanmerking: 

  • in een handelsonderneming
  • in een ambachtsonderneming
  • in een onderneming met land- of tuinbouwactiviteiten

U dient volgend aantal jaren ervaring te bewijzen:

  • als zelfstandig ondernemingshoofd: in hoofdberoep drie jaar, in bijberoep vijf jaar
  • als verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur zonder arbeidsovereenkomst: in hoofdberoep drie jaar, in bijberoep vijf jaar
  • als bediende in een leidende functie: vijf jaar
  • als zelfstandig helper: vijf jaar

Een praktijkervaring verworven in het buitenland kan eveneens in aanmerking komen.

In geval van een vraag over uw professionele ervaring, gelieve zich te richten tot een erkend ondernemingsloket. De ondernemingsloketten zijn immers bevoegd om uit te maken of uw diploma of de beroepservaring volstaan als bewijs van de basiskennis bedrijfsbeheer.

3. Examen basiskennis bedrijfsbeheer

Wie geen geldig diploma of voldoende praktijkervaring heeft, kan het examen basiskennis bedrijfsbeheer afleggen bij de Centrale Examencommissie. In geval van een vraag over dit examen, gelieve u te richten tot het secretariaat van de Centrale Examencommissie.

Bekijk de syllabus

Schrijf u in voor een examen

Sancties

De onderneming die in overtreding is kan worden veroordeeld tot een geldboete, zelfs tot sluiting.

Terug naar boven